Gent

 

 

Klooster van Gent
Sint-Amandsberg
Groot Begijnhof 52
9040 Gent
Tel. 09 228 22 80

 

In de Dominicaanse traditie vinden we een bedding terug van in kleine groep op weg gaan, van zoekend spreken, van verstand naast het hart, van midden in de wereld staan… Een bedding draagt maar legt niet vast, leidt maar bepaalt niet de loop… Uit de keuze voor de nieuwe naam spreekt niet alleen het besef van een identiteit, maar natuurlijk ook dankbaarheid voor wat de paters Dominicanen al die jaren met en voor ons hebben gedaan… Wat geschiedenis Het verhaal van Dominicus Gent begint eigenlijk bij de Gentse Studentenparochie, het KUC (katholiek universitair centrum), opgericht en vele jaren gedragen door de paters dominicanen, huizend en werkend in een oud fabrieksgebouw aan de Leie (Kortrijksepoortstraat), tegenover de oude Bijloke. Daar zijn in de loop der jaren honderden studenten op kot gegaan, duizenden langsgekomen voor vieringen, broodmaaltijden, voordrachten en voor de babbels en het bier in de kleine bar. Paters Guus en Gerard en Ignace en Jos en Bernard: stuk voor stuk persoonlijkheden die de velen die langskwamen, zich blijven herinneren. Het is in de schoot van die studentenwerking dat, op beloken Pasen van 1982, de zondagsvieringen begonnen. Het was de geest van de tijd: volwassenen kritisch op zoek naar een kerk die dichter bij het leven stond, en die dat wilden uitdrukken in een liturgie die ook dichter bij het leven stond. Velen waren politiek of anders actief en zochten een viering die “de bijbel op het leven legde”, en omgekeerd. Ze brachten hun kinderen mee, en er ontstonden aparte kinder- en jongerenvieringen, met de inzet van een grote groep voorgangers. Maar ook de volwassenenvieringen werkten met een grote groep voorgangers: gewijde en niet gewijde voorgangers naast elkaar, mannen naast vrouwen. Aan die keuze voor gelijkheid tussen wie voorgaat, gingen vele discussies vooraf. In wie zijn we kun je bvb het verhaal lezen van de eerste vieringen waarin enkel vrouwen voorgingen, nu bijna twintig jaar geleden (1994). Dit laatste was een langzame maar niet tegen te houden evolutie: de langzame ontclericalisering van de KUC-vieringen. De vieringen werden, en worden, altijd door twee voorgangers voorbereid en geleid, een rijkdom is dat, een steun voor wie voorgaat. En dan nog is er in de viering telkens ruimte voor inbreng van de gemeenschap, net voor de tafeldienst. Daar zit een bepaalde houding achter, die kenmerkend was en is voor deze christelijke gemeenschap: het gaat niet de waarheid die verkondigd wordt, het gaat over het leven dat tastend, gedeeld beleefd wordt, naar het voorbeeld van de man die brood nam en wijn deelde. Zo dichtbij moet liturgie zijn. Niet voor niets spreken wij van een viering. Dan moet er ook iets zijn dat gevierd wordt: een gedeeld verlangen naar, en vertrouwen in een gerechtigde wereld, aangestuurd door een Goedheid die ons uitnodigt en zelf ook belofte is. Die maatschappij- en kerkkritische houding van veel KUC-gangers heeft zijn invloed gehad op de zondagsvieringen: ze werden met de jaren meer en meer uitgepuurd.

Een grote woorddienst, veel liederen, en enkele essentiële rituelen (Paaskaars, bloemen, brood & wijn, kaarsen voor overledenen & uit solidariteit met buurt en wereld, handreiking bij Onze Vader). Of zoals Bernard de Cock het verwoordde in een recente gemeenschapsberading rond liturgie: – “Onze liturgie is niet geënt op een theorie van twee werkelijkheden. Integendeel, wij volgen eerder de joodse visie: er is maar één werkelijkheid, en dat is ons leven en de geschiedenis; en daarin gaat God mee (dus niet de Griekse godenwereld in concurrentie met de mensenwereld). Het beeld van een mannelijke God als de almachtige boven ons, en van het sacrale als zijn apart domein laten we achter ons; God is onze betrouwbare levensgezel, en het sacrale is de verdiepende dimensie van ons leven. Dit uit zich in vele facetten: de opstelling, onze taal, het zingen, de voorgangers en hun kledij… – Het gebruik van de bijbel in onze liturgie: niet hét onaantastbare Woord vanuit de hemel gedropt, maar het woord van mensen over hun vallen en opstaan i.v.m. de gelovige invulling van hun leven. Een vallen en opstaan waarin God zich laat kennen. De bijbel wordt met veel vrijheid geïnterpreteerd en hertaald. – De figuur van Jezus: niet God met een lichaam rond, die hocus pocus doet, maar de mens die zo leefde voor de anderen, en vanuit zijn diepe verbondenheid met wie hij ‘Vader’ noemde, dat het in mensenogen een wonder heet. Ons levensvoorbeeld wat actie en contemplatie betreft. – De eucharistie: niet een hernieuwing van het offer van Christus, wel een presentstelling van het woord en het leven van Jezus, waar wij dankbaar ons leven van laten doordringen. Jezus Christus in ons midden, gesymboliseerd in het delen van brood en wijn, in het delen van onze zoekend verstaan van zijn boodschap (cf. inbreng). – Accent op gemeenschapsvorming en minder op individuele vroomheid; accent op de zorg voor een adequate geloofsverwoording en minder op een zogenaamd sacrale liturgische taal; accent op verzorgde en deugddoende samenzang van levensbetrokken liederen en minder op louter esthetiserende ervaring van sacrale muziek.” We zijn niet meer de gemeenschap van 1982. Een verhuis (naar een modernistische kerk aan de binnenring) en een naamsverandering verder, met achterlating van de studentenwerking en de vele vele vormingsactiviteiten (Een Bevrijdend Woord, waar alle grote namen een lezing kwamen geven; De Oever, later Kuc-Educ), zijn we nu een wat oudere gemeenschap geworden.

De vormingsavonden zijn er nog, maar niet meer zo talrijk. Er komen veel minder kinderen, maar er is wel een sterk gedreven bende jongeren. Op hoogdagen zit de kerk dubbel zo vol als op gewone zondagen, dat we stoelen moeten aanslepen… Maar de geest is er nog altijd, er zijn twintigers, dertigers en veertigers bij de grote groep medewerkers. Elke zondag, ook in de vakantie, zijn er de vieringen, vakantie of niet, even verzorgd en voorbereid als altijd. Ze brengen de bijbel mee, ze brengen de wereld mee, en als we toch verloren lopen in onze zoektocht om iets meer van de bijbelse utopie te zien en te begrijpen, dan zijn er nog de vele liederen die we als gemeenschap zingen, begeleid door de piano en gedirigeerd (in ons geval opgetild) door cantor Bernard. Ook al zovele jaren. En al wat we uitspookten tijdens ons eigen jubileumjaar 2012 bewijst dat we wat ouder zijn in jaren, maar niet in geest en hart. We kunnen nog dromen en plannen maken (vriendschapbanden opbouwen met de Blaisantvest-buurt waar we nu vieren; samenwerken met de stad Gent en partners zoeken om het kerkgebouw Maria Goretti een bredere bestemming te geven, en ons tegelijk te verzekeren van een toekomst aldaar).


Gemeenschap Mirte
Désiré Fiévéstraat 15
9000 Gent

Mirte is een kleine religieuze woongemeenschap die bestaat sinds de zomer van 2003. Ze heeft elf jaar onderdak gevonden in een pand in de Rozemarijnstraat te Gent, en vanaf augustus 2014 in een gerenoveerd huis in de Désiré Fiévéstraat, eveneens te Gent. Ze is gegroeid vanuit de groep mensen rond de zondagsvieringen van het vroegere Kuc, nu Dominicus Gent. Mirte behoort tot het vicariaat van de Vlaamse dominicanen.

Momenteel wonen drie mensen in Mirte: Antoinette Van Mossevelde is werkzaam in het vrijwilligerswerk van de armoedebeweging, Bernard de Cock is dominicaan en werkt in de pastoraal. Beiden zijn sterk geëngageerd in Dominicus Gent.

Mirte is trouwens ook de maatschappelijke zetel van Dominicus Gent. De derde bewoner is Mahmoud, een Palestijnse dertiger uit de Westbank.

Voor onze woongemeenschap kozen we een naam die geen al te zwaar geladen inhoud heeft, mooi klinkt en getuigt van de openheid die we betrachten. Het werd Mirte, een altijdgroene heester met eironde of lancetvormige bladeren, alleenstaande witte bloemen en donkerblauwe bessen (Myrtus communis).

 

Imprimer E-mail


VICE-PROVINCE SAINT-THOMAS-D’AQUIN EN BELGIQUE
VICE-PROVINCIE SINT-THOMAS VAN AQUINO IN BELGIE

webmaster@dominicains.be